Muziek en de angst voor theorie

Zoals blijkt uit mijn website (dat zou toch moeten) geef ik (heel) veel gitaarles. De scholen waarvoor ik werk behoren niet tot het 'officiële' muziekonderwijs, of de 'muziekscholen' zoals we ze in elke gemeente kennen. Je behaalt er geen diploma en het gaat er veel losser of vrijer aan toe. Het klassieke repertoire is er meestal ook geen must en we pakken altijd uit met 'voorkennis notenleer niet vereist'.

Tijd/Energie - Theorie/uitvoering

De reden hiervoor is dat veel mensen wel degelijk een instrument willen leren spelen maar geen tijd of energie hebben om twee, drie of vier vakken te volgen (notenleer, instrument, samenspel, algemene muziekcultuur, ... ) . Uit mijn ervaring blijkt zelfs meer: angst of een grondige afkeer voor notenleer en/of theorie. Het is al voorgevallen dat wanneer ik tijdens de les uitleg geef over septiem-akkoorden, ik het commentaar krijg dat er in de beschrijving van de cursus stond dat er geen theorie zou zijn. Maar er is wel een verschil tussen 'geen voorkennis' en 'geen theorie'. Soms is theorie gewoon noodzakelijk om te begrijpen wat je speelt en waarom zou het slecht zijn te begrijpen wat je speelt? Een gitarist speelt niet alleen gitaar, maar vooral muziek.
Wat volgens mij wel klopt is dat theorie geen apart vak moet zijn. Het kan wel degelijk geïntegreerd worden in de praktijklessen en in de uitvoering van de muziek. Het maakt het voor de docent niet gemakkelijker, maar het kan.

Onlangs had ik een zeer positieve reactie. Een cursist van me had besloten om de stap te nemen naar het leren lezen van partituur (noten) in plaats van tabulatuur (cijfers die de positie op de toets van de gitaar aanwijzen). Vandaag zei hij me dat hij zo blij was dat hij eindelijk de noten begon te begrijpen. De ritmische structuur werd meteen duidelijker en gemakkelijker om te lezen en de relatie tussen de noten en de fret die hij indrukte om deze noot te spelen werd snel duidelijker. Ook het verband met de akkoorden bleek zonneklaar te zijn.

Lezen

Daarom vraag ik me af waarom deze diepgewortelde angst voor notenleer en muziektheorie zo wijd verspreid is. Zelf schrijf ik dagelijks partituren uit voor mezelf. Het besef dat deze kennis ons al eeuwen in staat stelt muziek over te dragen van generatie naar generatie dringt steeds dieper tot me door. Het is dankzij de partituur dat ik vandaag muziek kan spelen van mensen uit de 16e eeuw! Ik kan 500 jaar oude muziek nieuw leven inblazen!
Je kan het vergelijken met taal. Dagelijks lezen we teksten, nemen we kennis over dankzij geschreven materiaal, of dit nu in een boek, de krant of op een website staat. Het is dankzij onze mogelijkheid om te lezen dat we 'opgeleid' zijn, onafhankelijk kunnen denken (hoewel het ook het omgekeerde teweeg kan brengen natuurlijk). Met andere woorden: in staat zijn te lezen is een evidentie geworden.
Waarom is dit niet het geval met muziek lezen?

Onderwijs

Het spreekt voor zich dat we leren lezen op school. Iedereen heeft schoolplicht en het is 'evident' dat we op zijn minst leren lezen, al hoeft het niet vlot te zijn, we moeten een tekst toch kunnen ontcijferen. Notenleer maakt geen deel uit van het algemene onderwijs waardoor enkel zij die in het deeltijdse kunstonderwijs muziek volgen dit leren.

Klassiek versus Pop

Een andere oorzaak is, volgens mij, en dat zullen velen niet graag lezen: de pop-cultuur. Ik heb het geluk dat ik van beide, en andere (volksmuziek) heb mogen proeven, waardoor ik de verschillende visies op muziek kan vergelijken.

Een groot verschil tussen populaire genres (van blues tot metal, electro tot industrial) en klassiek (inclusief renaissance, barok, romantiek, hedendaags klassiek) is de ervaring van de emotie. Klassieke muziek kan ingewikkeld overkomen, volgt bepaalde regels volgens het genre en is dikwijls technisch moeilijk om te spelen maar daar zijn ook gradaties in. Wanneer het technisch eenvoudig is, vergt het toch veel inspanning om de interpretatie goed en interessant te krijgen. Omdat klassieke muziek hoofdzakelijk een uitvoering is van oudere muziek, is het ook telkens een interpretatie. Daarom zijn de subtiliteiten van groot belang. Geen twee uitvoeringen zijn identiek, ondanks het gebruik van de partituur, misschien zelfs juist dankzij de partituur. De vastliggende noten geven ruimte aan de uitvoerder om er eigen emoties in te steken. De luisteraar wordt hierin ook geoefend door het luisteren naar deze kleine variaties in ritme, dynamiek en versieringen.

Populaire muziek daarentegen heeft ook eigen genres, een heel gamma aan moeilijkheidsniveaus wat betreft uitvoering, interpretatie en muzikale inhoud, maar over het algemeen kan men stellen dat de meest populaire muziek relatief eenvoudig is om te spelen en vooral: het ligt gemakkelijk in het oor. Daarom heet het ook 'pop' of 'populaire muziek'. Hier zijn de 'subtiliteiten' van heel wat minder belang. Een andere interpretatie van een bestaand nummer (een cover) wordt snel als 'fout' aanzien, omdat men nog steeds kan luisteren naar het 'origineel', het album van de auteur. Geeft deze interpretatie het 'effect' van het origineel niet weer, dan ziet de coverende muzikant zijn reputatie zakken. 'Effect' is dan ook het sleutelwoord in populaire muziek, en vooral 'instant effect'. Wanneer het niet aanslaat, verkoopt het niet, verdwijnt het in de subculturen. De 'hits' die we kennen, volgen bepaalde regels die de componist of producer een zekerheid geven over hoe gemakkelijk het overkomt, over hoe een bepaald effect verkregen wordt. Deze regels zijn eenvoudig, dikwijls zelfs zo eenvoudig dat de van theorie gespeende luisteraar die zelf gitaar (of een ander instrument) wil spelen, gemakkelijk een akkoordenreeks in de vingers heeft om een dergelijk 'goed klinkend' resultaat te hebben. Theoretische achtergrond is met andere woorden niet altijd nodig om 'effect' te creëren.

Juist het feit dat populaire muziek ook gemakkelijker uit te voeren is, zonder veel voorkennis van theorie, zorgt ervoor dat we ook niet snel geneigd zijn om het te leren. We kunnen zelfs nummers schrijven zonder veel theorie. Waarom zouden we het dan nog leren? En het is juist deze muziek die alom tegenwoordig is op de radio, spottify, i-tunes en bibliotheken. Je zou bijna vergeten dat er meer is.

Vergelijk de volgende twee extremen ter illustratie en stel jezelf er vragen bij. Zou de ene het stuk van de andere kunnen spelen en omgekeerd? Welke gitarist vindt wat het belangrijkst? Wat zijn de gelijkenissen? Kan de ene zonder kennis van theorie spelen wat de andere speelt? Welk stuk zou zonder theoretische kennis geschreven kunnen worden, het eerste, het tweede, allebei, of geen? Hoe zou je dat kunnen horen? Wat is het verschil in techniek, en waarom?

Mijn mening

Wat denk ik hierover? Het is heel eenvoudig: Ik wil beide. Er zijn heel goede muzikanten die vanuit de buik kunnen spelen en mooie resultaten boeken, maar wanneer het erop aankomt, moet je gewoon weten wat je aan het doen bent. Jimi Hendrix kende geen theorie, en wordt alom geprezen om zijn gitaarspel. Tegenwoordig speelt bijna elke beginneling een stuk van hem (niet op zijn niveau natuurlijk, maar veel is speelbaar) dankzij de theorie want zijn muziek staat neergeschreven, of het nu in partituur of tabulatuur is. Het belang van Jimi Hendrix was dat hij wegen heeft geopend, ogen en oren heeft geopend naar een andere manier van luisteren en spelen. Hij was een vernieuwer en stelde zonder er zelf bewust van te zijn een aantal regels op waardoor hij vernieuwend werd. Stevie Ray Vaughan is daar een mooi voorbeeld van. Hij volgde de ongeschreven regels van Jimi Hendrix. Maar ik geloof niet dat je van Jimi of Stevie mocht verwachten dat ze een stuk van Bach zouden spelen, zeker niet op het niveau van het tweede voorbeeld.

De pop-cultuur heeft ervoor gezorgd dat de klassieke regels doorbroken werden. Er is een eindeloze reeks aan nieuwe regels verzonnen die de verschillende genre's hebben laten groeien, waarbij geen neergeschreven theorie nodig was omdat de techniek het toe liet (LP, CD, wav, mp3). De klassieke muziek doorbrak ook grenzen, vond nieuwe regels uit, of accumuleerde ze. Maar hier lag de nadruk niet op 'effect'. Het belang lag er niet op de 'catchy tune'. Het werd niet alleen moeilijker om te spelen, maar ook om te luisteren.

Voor mij is een muzikant iemand die 'muziek' kan spelen, of het nu Bach, Stevie Ray Vaughan, Jimmy Hendrix, Fernando Sor of Lenny Breau is. Daarom wil ik vanuit de buik kunnen spelen en tegelijkertijd een degelijke theoretische achtergrond hebben. Om vernieuwend te kunnen zijn is het ook niet meer genoeg om vanuit 'het gevoel' of 'de buik' nieuwe dingen te verzinnen. Wie geen theorie kent weet ook niet of hij of zij regels doorbreekt. Met andere woorden, je moet eerst de regels kennen voor je ze kan overtreden op een vernieuwende manier.